Max Verstappen moet genoegen nemen met de achtste startplek voor de Grand Prix van Azerbeidzjan. George Russell pakte overtuigend polepositie, met Charles Leclerc op acht tienden afstand op P2. Oscar Piastri reed zijn McLaren naar de derde plaats. Isack Hadjar zette de vierde tijd neer, terwijl Lando Norris de top vijf completeert. De kwalificatie kende een vroegtijdig einde voor Kimi Antonelli, terwijl teamgenoot Russell in Q3 steeds verder onder zijn eigen tijd dook. Max kende juist een moeizame laatste fase en wist in zijn laatste poging niet verder op te schuiven.
Waar de Red Bull tijdens de vrije training competitief oogde, kreeg Max tijdens de kwalificatie te maken met problemen met de motor. “De hele kwalificatie liep de motor niet”, zegt Max na afloop. “We hadden een aanpassing aan de auto gedaan, maar hij liep niet. Ik kwam ten opzichte van mijn teamgenoot al een halve seconde tekort op de rechte stukken.” In Q3 werd het probleem nog zichtbaarder: “Je wilt aanzetten voor de middelste ronde en ineens krijg ik te horen dat mijn batterij niet vol is. Hij laadt niet, hij loopt niet.” Daarmee zag Max een goede uitgangspositie verloren gaan. “Je doet het hele weekend zo’n goede voorbereiding, de auto gaat goed, en dan valt alles in elkaar in de kwalificatie en daar kan je niks meer van maken.”
De problemen hadden vervolgens ook gevolgen voor de banden. Doordat Max niet voluit kon pushen, kreeg hij ze niet voldoende op temperatuur voor zijn laatste poging. “In die laatste ronde had ik gewoon niet de goede grip. En dan heb je natuurlijk hetzelfde probleem met de motor die niet loopt. En ik had ook nog de gele vlag van Lando voor me.” Ook de engine braking gedroeg zich volgens Max soms vreemd. “Alsof je aan de handrem trekt in bepaalde bochten. Dus ja, er is iets goed mis. Het is niet goed genoeg.” Of het probleem nog kan worden opgelost, moet Red Bull de komende uren onderzoeken. “Ik weet niet of we dit met deze motor kunnen oplossen. Het is wel balen natuurlijk dat je het hele weekend zo goed erbij zit en dan gooi je het zo weg.”

